Bescherming van meer dan alleen vogels en vleermuizen
Een Soortenmanagementplan (SMP) richt zich niet uitsluitend op vleermuizen en gebouwbewonende vogels. Ook andere beschermde diersoorten kunnen onderdeel uitmaken van een SMP. Afhankelijk van de ecologische situatie binnen een gemeente worden verschillende zoogdieren, amfibieën, reptielen en andere beschermde soorten meegenomen in het beheer en de vergunningverlening.
Soorten zoals de egel en de steenmarter leven steeds vaker in en rondom onze woonomgeving. Hierdoor kunnen onderhoud, renovatie, sloopwerkzaamheden en gebiedsontwikkeling invloed hebben op hun leefgebied. Door deze soorten tijdig in kaart te brengen en passende maatregelen te treffen, kunnen natuur en ruimtelijke ontwikkeling goed samengaan.
De egel: een vertrouwde maar kwetsbare tuinbewoner
De egel (Erinaceus europaeus) is één van de bekendste zoogdieren van Nederland. Toch nemen de aantallen al jarenlang af. Verstedelijking, druk verkeer en het verdwijnen van geschikt leefgebied maken het voor egels steeds moeilijker om voedsel en veilige schuilplaatsen te vinden.
Egels leven vooral in tuinen, plantsoenen, houtwallen en parken. Ze maken gebruik van dichte begroeiing, takkenhopen en bladeren om te rusten of te overwinteren. Werkzaamheden zoals het verwijderen van struiken, het opruimen van groenafval of grondwerkzaamheden kunnen deze schuilplaatsen verstoren.
Door groenstructuren met elkaar te verbinden, egeldoorgangen aan te leggen en rekening te houden met overwinteringsplaatsen kunnen gemeenten bijdragen aan het behoud van deze karakteristieke soort.
De steenmarter: steeds vaker in stedelijk gebied
De steenmarter (Martes foina) heeft zich de afgelopen decennia sterk uitgebreid en komt inmiddels in veel Nederlandse steden en dorpen voor. De soort gebruikt zolders, schuren, garages en andere gebouwen als rust- en verblijfplaats.
Hoewel steenmarters soms voor overlast zorgen, zijn ook zij beschermd. Verblijfplaatsen mogen niet zomaar worden afgesloten of verwijderd. Bij renovatie- of sloopwerkzaamheden moet daarom worden onderzocht of een gebouw door steenmarters wordt gebruikt.
Wanneer dat het geval is, kunnen maatregelen nodig zijn om verstoring te voorkomen of alternatieve verblijfplaatsen aan te bieden.
Ook andere soorten verdienen aandacht
Afhankelijk van de ligging en natuurwaarden van een gemeente kunnen nog veel meer soorten onderdeel zijn van een Soortenmanagementplan. Denk bijvoorbeeld aan de das, verschillende amfibieën, reptielen of beschermde insecten.
Welke soorten binnen een SMP worden opgenomen, is afhankelijk van de resultaten van ecologisch onderzoek en de gebiedsgerichte aanpak van de gemeente. Hierdoor sluit ieder Soortenmanagementplan aan op de lokale biodiversiteit.
Welke werkzaamheden kunnen invloed hebben?
Veel werkzaamheden in de gebouwde omgeving en openbare ruimte kunnen gevolgen hebben voor beschermde soorten. Niet alleen sloop en renovatie, maar ook het rooien van bomen, het verwijderen van struiken, graafwerkzaamheden, herinrichting van groen en het aanleggen van infrastructuur kunnen leefgebieden aantasten.
Daarom is het belangrijk om vooraf inzicht te hebben in aanwezige soorten en de benodigde beschermingsmaatregelen. Zo kunnen projecten zorgvuldig worden voorbereid en onnodige vertraging worden voorkomen.
De rol van het Soortenmanagementplan
Een Soortenmanagementplan brengt beschermde soorten, verblijfplaatsen en leefgebieden vooraf in kaart. Hierdoor weten gemeenten waar bijzondere natuurwaarden aanwezig zijn en welke voorwaarden gelden voor werkzaamheden.
Door deze gebiedsgerichte aanpak hoeven niet voor iedere afzonderlijke aanvraag uitgebreide ecologische onderzoeken plaats te vinden. Dat maakt vergunningverlening efficiënter, terwijl de bescherming van flora en fauna gewaarborgd blijft.