Waarom vleermuizen een belangrijke rol spelen binnen het SMP
Vleermuizen behoren tot de meest beschermde zoogdieren van Nederland en spelen een belangrijke rol binnen vrijwel ieder Soortenmanagementplan (SMP). Veel soorten gebruiken woningen, kerken, appartementen en andere gebouwen als vaste verblijfplaats. Daardoor kunnen werkzaamheden zoals isoleren, renoveren of slopen direct invloed hebben op deze dieren.
Omdat vleermuizen beschermd zijn onder de Omgevingswet, moet bij werkzaamheden zorgvuldig rekening worden gehouden met hun verblijfplaatsen. Een Soortenmanagementplan maakt het mogelijk om natuurbescherming en ruimtelijke ontwikkeling op een verantwoorde manier met elkaar te combineren.

Waarom zijn vleermuizen zo belangrijk?
Vleermuizen zijn onmisbaar voor een gezonde leefomgeving. Ze eten iedere nacht grote hoeveelheden insecten en dragen daarmee bij aan een natuurlijk evenwicht. Eén gewone dwergvleermuis kan tijdens een nacht honderden insecten vangen, waaronder muggen en motten.
Nederland telt achttien vleermuissoorten, waarvan meerdere regelmatig gebruikmaken van gebouwen als zomerverblijf, kraamverblijf of paarverblijf. Juist deze gebouwbewonende soorten komen vaak terug binnen gemeentelijke Soortenmanagementplannen.
Welke vleermuissoorten vallen vaak onder een SMP?
Afhankelijk van de gemeente worden verschillende soorten beschermd. De meest voorkomende gebouwbewonende soorten zijn:
- Gewone dwergvleermuis
De meest voorkomende vleermuis van Nederland. Deze soort verblijft vaak achter gevelbekleding, onder dakranden, in spouwmuren en onder dakpannen. - Ruige dwergvleermuis
Een soort die vooral tijdens de trekperiode gebruikmaakt van gebouwen als tijdelijke verblijfplaats. Ook deze soort wordt regelmatig aangetroffen in spouwmuren en gevels. - Laatvlieger
De laatvlieger gebruikt voornamelijk oudere woningen en gebouwen met grotere openingen. De soort is gevoeliger voor verstoring en staat op veel locaties onder druk. - Rosse vleermuis
Hoewel deze soort meestal in bomen verblijft, maakt hij in sommige situaties ook gebruik van gebouwen. Binnen bepaalde SMP's wordt de rosse vleermuis daarom eveneens meegenomen. - Meervleermuis
Een zeldzamere soort die vooral voorkomt in waterrijke gebieden. Verblijfplaatsen bevinden zich soms in gebouwen, waardoor ook deze soort bescherming vraagt. - Gewone grootoorvleermuis
Deze vleermuis gebruikt regelmatig zolders, kerken en grotere gebouwen als verblijfplaats en is gevoelig voor verstoring tijdens renovaties.
Welke werkzaamheden kunnen invloed hebben?
Veel onderhouds- en verduurzamingswerkzaamheden kunnen invloed hebben op vleermuizen. Denk aan gevelisolatie, spouwmuurisolatie, dakrenovaties, het vervangen van dakranden, sloopwerkzaamheden, voegwerk en het afsluiten van openingen in gevels.
Juist kleine openingen die voor mensen nauwelijks zichtbaar zijn, vormen vaak belangrijke in- en uitvliegopeningen voor vleermuizen.
Daarom is het belangrijk vooraf vast te stellen of een gebouw onderdeel uitmaakt van een verblijfplaats of vliegroute.
Hoe beschermen we vleermuizen?
Binnen een Soortenmanagementplan worden verblijfplaatsen en leefgebieden van vleermuizen zorgvuldig onderzocht. Op basis daarvan worden maatregelen vastgesteld waarmee werkzaamheden veilig kunnen plaatsvinden zonder de soort te schaden.
Afhankelijk van de situatie kan gekozen worden voor het behouden van bestaande verblijfplaatsen, het plaatsen van vleermuiskasten of geïntegreerde verblijfvoorzieningen in gevels. Ook kan het noodzakelijk zijn werkzaamheden buiten gevoelige perioden, zoals de kraamtijd of winterslaap, uit te voeren.
Door deze maatregelen zorgvuldig toe te passen blijft de leefomgeving geschikt voor vleermuizen en kunnen bouw- en renovatieprojecten verantwoord doorgang vinden.